amerigo
boeken over kunst & cultuur en reis boeken

Harry Mulisch

29 juli 1927, Haarlem - 30 oktober 2010, Amsterdam

De ontdekking van de hemel

EERSTE DEEL - het Begin van het begin
Proloog
het Familiefeest
Hun ontmoeting
Thuisbrengen
Vriendschap
Buiten spelen
Nog een ontmoeting
de Sterrenwacht
een Idylle
de Demomen
de Zigeuners
het Proces
de Driehoek
Opruiming
Restitutie
de Uitnodiging
het Congres
Hete dagen
het Verdwijnpunt
In zee
de Opdracht

TWEEDE DEEL - het Einde van het begin
Eerste intermezzo
de Hooblei
de Boodschap
Wat nu ?
Kruis of munt
de Bruiloft
de Spiegel
Fancy
Troost
de Uitvaart
Onomkeerbaarheid
het Schavot
het Aanzoek
Beunhazerij
Sectio caesarea

DERDE DEEL - het Begin van het einde
Tweede intermezzo
het Geschenk
de Intocht
het Monument
Expedities
het Graf
Verdere expedities
de Woordenwereld
Afwezigheden
de Burcht
Vondsten
het Niet
Veranderingen
de Vrije markteconomie
de Muziek
Snelheden
de Westerbork
het Besluit

VIERDE DEEL - het Einde van het einde
Derde intermezzo
de Gouden muur
Italienische Reise
de Schaduw
de Stenen van Rome
de Plek
Schriftgeleerdheid
Ontdekkingen
Voorbereidingen
Antichambreren
het Commando
de Vlucht
Derwaarts
het Midden van het midden
Chawah Lawan ?
de Wetnemer
Epiloog

Harry Mulisch
29 juli 1927, Haarlem - 30 oktober 2010, Amsterdam
auteur, schrijver van Nederlandse literatuur


roman of novelle

[1952] Archibald Strohalm
[1954] de Diamant
[1955] het Mirakel
[1956] het Zwarte licht
[1959] het Stenen bruidsbed
[1970] de Verteller
[1975] Twee vrouwen
[1982] de Aanslag
[1985] Hoogste tijd
[1987] de Pupil
[1988] de Elementen
[1992] de Ontdekking van de hemel
[1998] de Procedure
[2001] Siegfried


poëzie of dichtbundel

[1973] Woorden, woorden, woorden
[1974] de Vogels
[1975] Tegenlicht
[1975] Kind en kraai
[1976] de Wijn is drinkbaar dank zij het glas
[1978] Wat poëzie is
[1979] de Taal is een ei
[1982] Opus Gran
[1983] Egyptisch


bronnen bibliografie :
Harry Mulisch - de Kamer & drukgeschiedenis van zijn romans - Marita Mathijsen
de Aanslag - Harry Mulisch, 12e, 1983, blz 256


Archibald Strohalm

De gemiddelde lezer en de student Nederlands zullen het een weinig-samenhangend en weerbarstig verhaal vinden. Mulisch situeert zijn eerste roman [1951] in Amsterdam. De schrijver Archibald Strohalm bevindt zich daar in een geboortecrisis. Al schrijvend, profeterend en hallucinerend wordt zijn waarneming overwoekerd door extatisch-visionnaire voorstellingen die als flarden hem het zicht op het bestaan of ontnemen of verhelderen. De gebeurtenissen vertonen geen causale maar een symbolische samenhang. Mulisch probeert teksten uit de bijbel en de literatuur in een nieuw verband van ondergang en zinloosheid te plaatsen, maar het lukt hem niet de prometheïsche ruimte van het schrijverschap aannemelijk te maken.

De aanslag

Ver, ver weg in de tweede wereldoorlog woonde een zekere Anton Steenwijk met zijn ouders en zijn broer aan de rand van Haarlem. Aan een kade, die over een lengte van honderd meter langs het water liep en dan met een flauwe bocht weer een gewone straat werd, stonden vier huizen niet ver van elkaar. Elk omgeven door een tuin hadden zij met hun kleine balkons, erkers en steile daken de allure van villa's, ofschoon zij eerder klein waren dan groot; op de bovenverdieping hadden alle kamers schuine muren. Zij stonden er verveloos en enigszins vervallen bij, want ook in de jaren dertig was er niet veel meer aan gedaan. Elk droeg een brave, burgerlijke naam uit onbezorgder dagen : Welgelegen, Buitenrust, Nooitgedacht, Rustenburg.

De gedichten, 1974-1983

In een overbekend geworden brief aan Gerrit Achterberg heeft Harry Mulisch verklaard, weinig of niets voor poëzie gevoeld te hebben, totdat hij met diens poëzie kennis maakte.

De procedure

Victor Werker doet onderzoek naar het geheimzinnige moment waarop dode materie overgaat naar leven. »Tussenstadia, ontstaan, vergaan, schemeringen, gedaanteverwisselingen zijn altijd belangwekkender dan wat er al is, nog niet is of niet meer,« zegt de verteller in De procedure, en hij lokt de lezer met de belofte dat hij in de geheimen van dit moment zal worden ingewijd.

Om deze belofte gestand te kunnen doen is een duivels spel met het goddelijke vereist, dat Viktor Werker noodlottig zal worden.

Het stenen bruidsbed

Norman Corinth, een Amerikaanse tandarts, komt voor een congres naar een Oostduitse stad. Het is geen willekeurige Amerikaan in een willekeurige stad : zij hebben iets met elkaar gemeen. De stad bestaat niet meer.

Corinth was in de oorlog. Hij bestaat nauwelijks. Zijn pogingen om de draad te vinden van hij weet niet welk verhaal, vormen de inhoud van deze roman, waarvan de achtergrond gevormd wordt door een der vreemdste landen, die ooit in de wereldgeschiedenis hebben bestaan.

Maar voor Corinth heeft deze actualiteit minder werkelijkheid dan het verleden, waarnaar hij op zoek is. »Ik ben een onder Agamemnon gesneuvelde Griek, die nog leeft,« zegt hij tot de Oostduitse Hella, met wie hij een kortstondige verhouding heeft. Hierdoor, en door zijn ontmoeting met de Westduitser Schneiderhahn, neemt het drama van zijn verwoeste leven twee dagen vorm aan.

Het zwarte licht

Het zwarte licht is het relaas van één dag uit het leven van de klokkenspeler Maurits Akelei. Het is zijn verjaardag, en toevallig ook de dag dat sommigen beweren dat de wereld zal vergaan, en Akelei heeft zich voorgenomen om een feestje te organiseren.

Hij is een klein, volstrekt eenzaam mannetje, dat eens zijn hart heeft verloren aan de grote, blonde Marjolein [die hij echter eens met een echte neger heeft aangetroffen], en iedere dag zijn beiaard bespeelt, zo dat alle mensen naar hem moeten luisteren.

Siegfried, een zwarte idylle

» Het centrum ontving hem met de grandioze, monumentale omarming van de Ringstrasse. Hij kwam niet vaak in Wenen, maar elke keer voelde hij zich hier vertrouwder dan in enige andere stad. Zijn familie stamde uit Oostenrijk ; blijkbaar droeg een mens in zijn genen ook steden en landstreken met zich mee waar hij zelf nooit geweest was.

Het was druk, de lage novemberzon maakte de wereld fel en precies ; de laatste herfstbladeren aan de bomen waren te tellen, na de eerstvolgende storm zouden ook zij verdwenen zijn. Toen zij langs een helgroen plantsoen reden, overdekt met goudgele bladeren, wees hij er naar en zei : »Zo voel ik me tegenwoordig ook vaak.« «

Twee vrouwen

Laura is op weg naar Nice om haar moeder te begraven. Gestrand in Avignon schrijft ze in ijltempo haar verhaal over de fatale liefde met Sylvia.

Door haar man verlaten omdat ze geen kinderen kunnen krijgen, begint Laura een relatie met Sylvia.

Nadat Sylvia haar liefde voor Laura heeft bekend, gaat ze er stiekem vandoor om een verhouding te beginnen met de ex-echtgenoot van haar geliefde.

In een meeslepende vertelling verweeft Mulisch de fatale liefde tussen Laura en Sylvia met de klassieke noodlotsdrama's van Orpheus en Oidipoes.

Mijn getijdenboek 1927-1951

Zijn getijdenboek 1952-2002

Harry Mulisch & Onno Blom

Een uitgebreid portret van Harry Mulisch : van zijn jeugdjaren in het vooroorlogse Haarlem tot de magistrale zegetocht van een internationaal gevierd auteur. Alles wat u wilt weten over Harry Mulisch, in één meeslepend geschreven en rijk geïllustreerde unieke uitgave.

Het getijdenboek van Harry Mulisch bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel bestaat uit een integrale herdruk van Mijn getijdenboek, dat voor het eerst verscheen in 1975.

In het tweede deel, Zijn getijdenboek, beschrijft journalist en litearair criticus Onno Blom - aan de hand van historisch materiaal, talloze foto's, documenten en manuscripten en op basis van een aantal lange interviews - het schrijverschap van Harry Mulisch.

Misschien hadden zij geinformeerd naar Eva Delius, terwijl Max' moeder zich had laten registreren als Eva Weiß, omdat zij het woord 'Delius' niet meer uit haar mond kon krijgen. Als dat zo was, moest het te achterhalen zijn bij Oorlogsdocumentatie. En alles kon ook heel anders zijn gegaan, met denken was de werkelijkheid niet te reconstrueren; hij moest er eenvoudig achter zien te komen of die mevrouw van daarstraks Eva Weiß was geweest. Dat moest mogelijk zijn, zo groot was Israel niet. Maar als zij het werkelijk was, dan had zij vermoedelijk haar naam verhebraiseerd, dan heette zij nu Chawah Lawan.

bron : Ontdekking van de Hemel - Harry Mulisch, hoofdstuk 64, Chawah Lawan ? blz 877, 878

Toen hij op een regenachtige middag Whitehall afgeslenterd kwam, tussen die kolossale architectuur van de macht, waar de Horse Guards als balderende hoenders onbegrijpelijke dansen opvoerden, besloot hij om binnen te lopen in de Westminster Abbey, waar hij nooit geweest was. Het was er vol buitenlandse toeristen en dagjesmensen uit de provincie. Hij had een gids gekocht, uitgevoerd in het paarsig soort rood dat men alleen in Engeland ziet, en daar overal. Alleen al in het middenschip tot de ingang van het koor gaf de plattegrond honderdzeventig graven aan van de bloem der natie uit zes eeuwen, zodat hij het boekje maar dichtsloeg. Overal in de bodem, de muren en tegen Ook kon zij armen en benen in martelende standen naar achteren draaien, maar zodra alles was teruggebracht binnen de grenzen van het mogelijke, was Liesje weer meer dan een pop. Dan was zij bovendien een meisje, net als zijzelf, een meisje dat haar verstond, en voor wie zij was wat haar moeder was voor haar, zodat zij tegelijk zelf Liesje was. En beiden, Liesje en Liesje, werden bedreigd door dat afzichtelijke monster, dat zich soms in de schaduwen van de overgordijnen verborg maar vaak ook ergens bij het plafond rondzwierf, zonder zich ooit te vertonen : de Hooblei.

bron : Ontdekking van de Hemel - Harry Mulisch, 4de druk, 1992, hoofdstuk 20, de Hooblei, blz 255

de pilaren sculpturen en teksten ; in de kapellen stonden de beelden en tomben opgesteld als tijdens de kijkdag van een tweederangs meubelveiling. In de nauwe doorgang langs het koor lagen de doden achter elkaar, zoals soms de patiënten op brancards in de gang bij de operatiezalen, maar dan achterover in marmer op hun sarcofagen, onder definitieve narcose. Hij stelde zich voor, hoe de toestand hier zou zijn op de Jongste Dag, als zij allemaal uit hun graven verrezen en kennis met elkaar maakten, de honderden helden en edelen en kunstenaars : de chicste club van het Verenigd Koninkrijk.

bron : de Aanslag - Harry Mulisch, 12de druk, 1983, 134, 135

»Ik heb altijd geweten, dat ik je op een dag zou ontmoeten. Woon je in Amsterdam ?«
»Ja.«
»Ik sinds een paar jaar in Eindhoven.« Toen hij bleef zwijgen, vroeg zij : »Wat doe je van je vak, Tonny ?«
»Ik ben anasthesist.«

bron : Aanslag - Harry Mulisch, 12de druk, 1983, 237

Wij uiten wat wij voelen, niet wat past

Deze tekst werd geschreven in april 1984 en op uitnodiging van het Nationaal Comité Herdenking Capitulaties 1945 voorgedragen op de vijfde mei, tijdens de jaarlijkse bijeenkomst in Wageningen, in aanwezigheid van Prins Bernhard, vertegenwoordigers van verzet en militaire en burgerlijke autoriteiten uit binnen- en buitenland. Eerder gepubliceerd in Vrij Nederland, 12 mei 1984.

Voorval

Voorval van Harry Mulisch werd uitgegeven door Magazijn De Bijenkorf bv ter gelegenheid van De Literaire Boekenmaand ® die in maart 1989 in de Bijenkorf Boekhandels werd gehouden.

Erwin Nas - kunst, cultuur & reizen - amerigo , 2017